'De Bijlmer - a monument
of change'
Niet alleen de plaats waar
we wonen, maar ook hoe we wonen binnen de context
van een stadswijk vormt een ingewikkeld kluwen van
subjectief ervaren behoeften en de vraag wat we
daarmee aan moeten. De discussie hierover overlapt
met de roep om meer stadsontwikkeling met gemengde
en dense bestemmingen. Men moet erop uit van de
stad weer een speelplaats te maken, in plaats van
een broedplaats van problemen.
Metaforen voor de stad - en
misschien ook voor een collectieve vorm van stadsplanning
- ontleend aan de moleculaire biologie in plaats
van technologie, lijken beter te passen.
Mutaties in onze subjectieve
ervaring van de ruimte en in de bestaande patronen
van wonen en werken ondersteunen de visie dat het
ontwerp een proces is dat in staat is nieuwe betekenisterreinen
te ontsluiten.
In deze zin zou het proces
kunnen zijn als een geïmproviseerd commentaar
op het leven met al zijn verschillende stromingen,
wat heel iets anders is dan het eindeloos kopiëren
van geëxtrapoleerde, geïsoleerde oplossingen.
Beschreven wordt een ontwikkelingsproces
dat uitgaat van bestaande structuren, fysieke-zoals
die van het stadsdeel en de gebouwen, en sociale-zoals
die van de gebruikers.
Gebruikers van gebouwen en
gebouwomgeving worden door ons niet alleen gezien
als onsumenten maar juist ook als producenten.
Zonder het creëren
van een breed draagvlak ondernemen wij niets.