F. Gagliardi, Caroselli nel cortile di palazzo Barberini in
onore di Cristina di Svezia, 1656, olio su tela - Roma
(Museo Roma)
ENKELE HISTORISCHE BEGRIPPEN

De aankondiging van dit evenement biedt ons de gelegenheid om een en ander te vertellen over de basisidee, de organisatie en het verloop van de carrousels van weleer. Daarbij maken we gebruik van beschrijvingen van enkele beroemde ritmeesters in hun werken over de kunst van het paardrijden.

De traditionele carrousel was een openluchtspektakel, maar kon, naargelang het seizoen, ook binnen in een manège plaatsvinden. Door zijn opzet hield de carrousel het midden tussen een opera en een choreografisch ballet, in dit geval een paardenballet.

Het geheel werd verdeeld in verschillende op elkaar volgende taferelen, meestal opgebouwd rond een thema dat confrontaties tussen rivaliserende groepen ruiters inhield. Dit thema was geïnspireerd op de mythologie, een heldendaad uit de Oudheid of een actueel wapenfeit.
 

 

Naast ruiters en paarden vergde de realisatie van een carrousel ook de deelname van een heleboel acteurs en artiesten: toneelspelers, zangers, voordrachtkunstenaars, jongleurs, narren, enz….

 Soms gebruikte men ook prachtige koetsen, allegorische praal- of strijdwagen en toneelmachines. De besturing en de bediening hiervan vereiste speciaal personeel.
Het aantal ruiters werd gelijk verdeeld over twee tegen over elkaar staande kampen, die gemakkelijk te herkennen waren aan een of ander onderscheidend kenmerk, zoals bepaalde details in de kleding, een sjerp of vederbos van verschillende kleur, of nog door de kleur van de paarden, bijvoorbeeld alle bruinen in het ene en alle schimmels en witten in het andere kamp.

Talrijke figuren vergezelden de ruiters: hun schildknapen, ordonnansen, voetknechten, slaven, enz.
 



De gevechtssimulaties en krijgsspelen tussen de vijandige kampen werden geleid door een maître de camps (kampmeester) die het verloop ervan in de hand had. Hij werd daarbij geholpen door verschillende aides de camps (adjudanten) die net zoals hij een bevelhebbersstaf droegen.

In elk kamp werden quadrilles gevormd die bestonden uit een even aantal ruiters onder leiding van een heer van hoge rang of een hoger geplaatste ritmeester. Traditioneel gezien bestond een carrousel uit een even aantal quadrilles, minimum vier en maximum twaalf, die elkaar opvolgden in verschillende taferelen. Deze werden afwisselend uitgevoerd door het ene en het andere kamp, of ook door beide kampen tegelijk.

Tussen de quadrilles werd ook een of ander krijgsspel ingelast waarbij gevechten van man tot man tussen ruiters van de twee concurrerende kampen geveinsd werden. Er waren bijvoorbeeld de courses de têtes (steekspel met een namaakhoofd als doelwit) en de courses de bagues (ringsteken), waarbij de ruiters naast hun vaardigheden te paard hun beheersing van wapens, lansen en zwaarden moesten tentoon spreiden.

Het belangrijkste tafereel van het spektakel, dat vaak uitgroeide tot de apotheose, was een bereden ballet, la foule (de menigte) genoemd. Dit hoogtepunt werd uitgevoerd op muziek door de beste ritmeesters van elk kamp. De paarden die hiervoor werden gebruikt dienden perfect afgericht te zijn in de verschillende airs d’Ecole en goed geoefend om samen te werken opdat de juiste afstanden en terreinafmetingen tussen de verschillende deelnemers konden worden gerespecteerd, daarbij bevallig bewegend in gelijke gangen en cadans.

De zojuist vermelde bewegingen vormden echter maar één, zij het belangrijk, deel van de grote traditionele carrousels van de barokperiode. Zij verbeeldden de wapenfeiten van het gekozen thema, waarvan het verhaal werd uitgevoerd door artiesten te voet. Bekende acteurs en actrices of beroemde operazangers en zangeressen vertolkten de hoofdrollen, onder begeleiding van orkesten en koren en met medewerking van talrijke figuranten.

De libretti van de indrukwekkende koninklijke carrousels van Versailles en de grootse keizerlijke carrousels van Wenen werden geschreven door de beste librettisten van die tijd en daarna toevertrouwd aan de grootste regisseurs; beroemde componisten schreven de muzikale gedeeltes en de koorzangen; uitstekende ritmeesters werkten samen met befaamde choreografen bij de indeling van de verschillende bereden taferelen waaronder de quadrilles, krijgsspelen en paardenballetten die bestemd waren om geleid te worden door keizers, koningen of prinsen. Het was een grote eer voor een ritmeester of een edelman van het Hof om uitgekozen te worden om aan een carrousel deel te nemen.

In de glorietijd van de carrousels was deelname te paard niet uitsluitend aan mannen voorbehouden. Indien het thema het toeliet konden ook vrouwelijk ruiters deelnemen. Bepaalde quadrilles waren zelfs enkel samengesteld uit amazones. Een voorbeeld daarvan is de Carrousel des Dames, ingericht in de grote keizerlijk manège van Wenen op 2 januari 1743 om de recente overwinning van de Oostenrijkse troepen op het Franse leger te vieren.

De Oostenrijkse schilder Martin von Meytens heeft deze carrousel onsterfelijk gemaakt door zijn schilderij "Das Damenkarussel" waarop we de toekomstige keizerin Maria-Theresia ontdekken aan het hoofd van een quadrille van acht dames. Zij rijden allen schrijlings, maar gekleed in jurken met tierlantijntjes die waarschijnlijk voor dit doel gemaakt werden, zoals het geval is met de hedendaags kleding van de Portugese amazones. Alle vrouwen hebben een zwaard in de hand en een koppel zadelboogpistolen in de holsters van hun zadel om de "course de têtes" uit te voeren. Op het achterplan van het schilderij staat een quadrille van acht koetsen met een even aantal paarden gemend door dames. Aan het hoofd hiervan zien we aartshertogin Mariana, de jongste zus van Maria-Theresia.

Naast de talrijke edelmannen van het Hof, te voet, zien we ook wachters, lakeien en anderen. Verder twee personages met ontbloot bovenlijf en blote benen, de ene heft een knots en de andere lijkt een geitenjong of een lam onder zijn arm te dragen. Een soort nar loopt naast één van de koetsen en een neger met een tulband lijkt de muziek te slaan. Tegen de muur, vastgezet op een steun, bevindt zich een namaak Turks hoofd dat moet dienen als doelwit bij de course de têtes

Alain Piron Picolet d’Hermillon